Doel van deze oefening
Je leert hoe je een lijnlaag voorziet van kleuren op basis van een attribuut uit de tabel. Ook ga je experimenteren met lijnstijlen en labels.
Download dit bestand en gebruik het tijdens de oefening.
Wat ga je maken?
In de GeoPackage staat een lijnlaag met informatie over het type object. Je geeft elke categorie een eigen kleur, past lijnstijlen aan en voegt labels toe.
Aan de slag
Open de gegevens in QGIS
Download het bestand en sleep het naar QGIS.
Controleer of de laag zichtbaar is in het lagenpaneel.
💡 Hint
Je kunt een GeoPackage direct naar het kaartvenster slepen.
Open de symbologie
Open het symbologie‑venster van de laag.
Hier kun je het uiterlijk van de lijnen aanpassen.
💡 Hint
Zoek naar het kwast‑icoon in de laaginstellingen.
Gebruik categorieën
Verander de symbologie van Single Symbol naar Categorized.
Kies het attribuut waarop je wilt indelen.
💡 Hint
De keuzelijst staat bovenaan in het symbologie‑venster.
Pas kleuren en stijlen aan
Geef elke categorie een passende kleur.
Experimenteer met lijnbreedte en lijnstijl.
💡 Hint
Dubbelklik op een symbool om de stijl te wijzigen.
Maak minstens één categorie zichtbaar als stippellijn.
Voeg labels toe
Zet de instelling van No Labels naar Single Labels.
💡 Hint
Zoek naar het ABC‑icoon in de laaginstellingen.
Maak labels beter leesbaar
Zet een buffer rondom de tekst aan voor betere leesbaarheid.
💡 Hint
De buffer‑instelling staat bij de tekstweergave.
Je hebt de basis onder de knie
Je weet nu hoe je een lijnlaag categorisch symboliseert, stijlen aanpast en labels toevoegt. In de volgende oefening ga je werken met expressies.