Leer de functies onder geavanceerd digitaliseren kennen:
punten dupliceren en verplaatsen, objecten op exacte
coördinaten zetten en lijnen in tweeën knippen.
Download het bestand en sleep het naar QGIS voordat je begint.
1
Zet de werkbalk aan
Ga bovenin naar het menu View (Beeld) en kies
Toolbars (Werkbalken).
Als het goed is staat Advanced Digitizing bovenaan
de lijst. Zet deze aan.
2
Dupliceer en verplaats een punt
Ga op zoek naar een puntenlaag en probeer een punt
te dupliceren en te verplaatsen.
Knoppen grijs? Zet dan eerst de bewerkingsmodus aan
voor de laag (het potloodje).
💡 Hint nodig?
Zoek naar de knop met de drie puntjes en het
blauw-witte pijltje.
3
Zet het punt op exacte coördinaten
Nu je het punt hebt verplaatst, kijken we of je het ook op
exacte coördinaten kunt zetten.
Klik op de geodriehoek met liniaal om een nieuw
paneel te openen. Klik daarna opnieuw op het punt, maar verander
dit keer de X- en Y-coördinaten in het nieuwe paneel.
4
Knip een lijn door
Nu we objecten exact kunnen verplaatsen, gaan we een lijn
opknippen. In de werkbalk zie je twee knoppen met een
schaar.
Gebruik eerst de rechter schaar en knip een lijn
door. Kijk wat er gebeurt. Het is het makkelijkst als je de lijn
eerst selecteert.
5
Maak er losse objecten van
Bij de vorige stap heb je de lijn geknipt, maar er zijn geen twee
losse objecten van gemaakt.
Met de linker schaar kun je er wel losse objecten
van maken. Probeer het maar en vergelijk het resultaat met stap 4.
💡 Hoe controleer ik het?
Selecteer een van de twee delen van de lijn. Is alleen dat
deel geselecteerd? Dan is het een los object.
✓
Klaar! Je kent de basis van geavanceerd bewerken
Je hebt de werkbalk aangezet, een punt gedupliceerd en op exacte
coördinaten gezet, en een lijn op twee manieren geknipt.
De rechter schaar knipt de lijn door, maar laat het één object.
De linker schaar maakt er losse objecten van.