← Terug naar oefeningen
Oefening 05 Beginner Attributen Formules

Externe lagen toevoegen aan kaart

leren hoe je externe kaarten toevoegt aan je QGIS omgeving

⏱️ Tijd: 05 minuten 🎯 Niveau: Beginner 🗂️ Onderwerp: Attributen & Formules
Start
🎯

Wat ga je leren?

Aan het einde van deze oefening begrijp je hoe je externe kaarten kan toevoegen aan de QGIS omgeving

  • Virtuele attributen maken
  • Formules gebruiken om virtuele attributen invuling te geven
📁
Benodigd bestand Database_kabel-lagen.gpkg
Download ↓

Download het bestand en sleep het naar QGIS voordat je begint.

1

Open PDOK en kies een dataset

Ga naar https://www.pdok.nl/datasets en kies een dataset die jij interessant vindt.

Hint
Kun je geen keuze maken? Gebruik dan: Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

2

Zoek de WMS‑link

Op de datasetpagina staat een sectie met (OGC) Webservices. Zoek daar naar de variant WMS.

Hint
Voor AHN is de WMS‑URL:
https://service.pdok.nl/rws/actueel-hoogtebestand-nederland/wms/v1_0?request=GetCapabilities&service=WMS
(turn0browsertab1)
3

Maak een WMS‑verbinding

Open in QGIS het menu Data Source Manager → WMS/WMTS. Klik op Nieuwe verbinding en vul een naam en de WMS‑URL in.

Hint
De naam mag je zelf kiezen, bijvoorbeeld: PDOK AHN.
4

Verbind met de service

Klik op Verbinden. QGIS haalt nu alle beschikbare lagen op uit de WMS‑service.

Hint
Zie je meerdere lagen? Kies er één die logisch is voor jouw project, zoals AHN25 of AHN3.
5

Voeg de WMS‑laag toe

Selecteer de gewenste laag en klik op Toevoegen. De laag verschijnt nu in je kaartvenster.

Hint
WMS‑lagen zijn niet lokaal opgeslagen. Ze worden live geladen vanaf PDOK.
⭐

Extra uitdaging: combineer PDOK met je eigen data

Vergelijk de WMS‑laag met je eigen sleuven, objecten of secties. Wat valt je op? Kun je een analyse bedenken waarbij de AHN‑hoogte relevant is?

Hint
Denk aan: - hoogteverschillen bij kabeltracés - ligging van objecten in laag of hoog terrein - mogelijke knelpunten bij aanleg
✓

Klaar! Je kent de basis van geavanceerd bewerken

Je hebt de werkbalk aangezet, een punt gedupliceerd en op exacte coördinaten gezet, en een lijn op twee manieren geknipt.

De rechter schaar knipt de lijn door, maar laat het één object. De linker schaar maakt er losse objecten van.

Naar alle oefeningen